In welke volgorde moet ik mijn effectpedalen plaatsen op mijn pedalboard ?

Elke gitarist speelt en puzzelt graag met meerdere gitaareffecten. Dan is altijd de hamvraag, wat is nu de juiste en/of de beste volgorde van deze pedalen op je pedalboard. Er zijn wel een aantal basis richtlijnen, doch is er niet één juiste volgorde die altijd het beste resultaat geeft en is dit dus met andere woorden geen exacte wetenschap.

De volgorde van effectpedalen heeft invloed op de gitaarsound en is ook heel persoonlijk. Om te beginnen kan je deze onderstaande aanwijzingen volgen, maar experimenteer gerust met een andere volgorde. Bijvoorbeeld, een Wahwah achter een Distortion, of een Distortion achter een Wahwah, dit is een gigantisch verschil qua sound … try it yourself 🙂

1. Tuner : stemapparaaatje om je gitaar te stemmen. De gitaartuner MOET als eerste is je effecten chain staan, omdat de minste storing of afwijking van het signaal (al is het maar wegens het aantal kabeltjes die er tussen zitten) kan zorgen voor een minder accurate tuning. Let wel, een true bypass tuner schakelt vaak het geluid of signaal uit wanneer je de gitaartuner inschakelt. Omdat ik zelf graag continu mijn gitaar stem, bv zelfs tijdens het spelen van een song, staat mijn tuner (TC Electronic Polytune) parallel geschakeld via een Morley Tripler ipv in serie.

2. Wahwah : Wah, WahWah, CryBaby, AutoWah, MultiWah, NovaWah … kort samengevat Wah-pedalen. Euhm … wah-blieft 😉 ?

3. Compressor : een compressor of compression effect pedaal zorgt voor een compactere klank, vooral handig bij het spelen van meer funky ritmes en tappings. Het zorgt er voor dat pieken letterlijk samengeduwd worden, i.e. een te hoge piek (dus luide signalen) wordt stiller, de lage pieken (stille signalen) blijven even luid, en dit geheel kan dan weer een aantal dB luider gezet worden waardoor het lijkt als de stillere passage geboost worden. De bedoeling is om de zowel de stillere als luidere passage tezamen tot ongeveer een gelijk niveau te krijgen. Hoe extreem dit ingesteld wordt, is afhankelijk van persoonlijke keuze en het type roff of gernre. Door een compressor worden details en nuances beter hoorbaar, maar anderszijds verdwijnt je speeldynamiek door dit effect – afhankelijk hoe extreem je de afstelling doet.

4. Distortion / Overdrive : gain, crunch, distortion, fuzz, overdrive, verzerrer, driver, tube drive, metalzone, boost drive … in grote lijnen is dit allemaal hetzelfde. het ene effect (crunch) wat extremer dan het andere (bv distortion).

5. EQ
: of voluit een equalizer of equaliser. Leeterlijk vertaald is dit een gelijkmaker of toonregelaar. Hiermee versterk of verzwak je bepaalde frequentiegebieden van het signaal, en verander je daarmee dus het timbre van de klank.

6. modulation
: modulation of modulatie effecten. Daartoe behoren o.a. gitaareffecten zoals : chorus, phaser, flanger, vibe, rotovibe, vibrato, detune, phase shifter, harmonizer, pitch shifter, envelope, LFO phaser, univibe, harmonist, ring modulator, tremolo, …

7. ambience
: last but not least, de ambience of sfeer en ruimtelijke effecten. Hieronder verstaan we gitaareffecten zoals echo, delay en reverb. Let op, reverb staat standaard op de meeste combo gitaarversterkers ingebouwd – dan zit deze automatisch als laatste in je effecten chain 🙂

THERE ARE (ALMOST) NO RULES !

Experimenteren is de boodschap, maar er zijn een paar regels die je moet in acht houden. Bijvoorbeeld heeft het geen nut om een gitaartuner of stempedaal achter een chorus of pitch shifter te plaatsen – het wijzertje van je stemapparaat zal dan niets anders doen dan gek heen en weer zwaaien. Deze bovenstaande pedaalvolgorde wordt als standaard gezien. Veel gitaristen kiezen er bijvoorbeeld voor om het volumepedaal achter het overdrivepedaal te plaatsen, maar evenveel zetten hun volumepedaal dan weer voor de overdrive. In het eerste geval regel je het volume van je gitaarsound zonder dat de distortion verloren gaat. Een volumepedaal voor de overdrive heeft hetzelfde effect als de volumeknop op je gitaar : bij een lager volume treedt minder distortion op. Zo kan je wel van die typische swell of fade-in expressie effecten creëren – luister bijvoorbeeld eens naar Brothers In Arms van Mark Knopfler / Dire Straits. Hij gebruikt deze techniek heel vaak om een expressief gitaargeluid te produceren. Over het algemeen geldt dat pedalen die ruis produceren aan het begin van de effectchain worden geplaatst. We spreken dan over overdrive/distortion/gain effecten, compressors en wah-pedalen. Als deze later in de signaalketen worden geplaatst, zullen ze de ruis van alle voorgaande effecten versterken. Na deze producerende pedalen, komen pas de effectpedalen die het signaal wijzigen of moduleren. Logisch, want je wilt eerst een basisgeluid produceren, en daarna pas dit signaal aanpassen met allerlei effecten. Dit betekent bijvoorbeeld dat choruseffecten pas na overdrive-effecten worden geplaatst. Bedenk welke natuurlijke geluidseffecten je wilt creëren met je pedalboard. Distortion pedalen zijn ontwikkeld om een geluidseffect te simuleren dat in de versterker plaatsvindt. Een reverb- of delaypedaal daarentegen simuleert een effect dat optreedt onder invloed van de fysieke omgeving. Een reverbpedaal moet daarom aan het eind worden geplaatst, meestal nog na de delay.

HET BUFFER EN BYPASS VERHAAL

Effectpedaal met buffer heeft een minimale nadelige invloed op het signaal, ook als de pedaal uitgeschakeld is. Dit is vooral merkbaar bij het combineren van meerdere goedkope pedalen. Een true bypass pedaal heeft geen invloed op het signaal, maar heeft een output met een hoge impedantie hetgeen ervoor zorgt ervoor dat je geen lange kabels of effectloops kunnen gebruikt worden. Bij het toevoegen van meer true bypass pedalen zul je een verlies opmerken van hoge tonen en helderheid. Een goede tussenweg die veel wordt gebruikt is het toevoegen van één of twee buffered bypass pedalen, meestal aan het begin of aan het eind van de effecten, en verder true bypass pedalen te gebruiken. Let wel, het aantal meters kabel zou in theorie niet meer dan 6 meter mogen zijn in totaal, om zodoende verlies van signaalkwaliteit te vermijden. Nu dit is theorie, in praktijk is dit zo goed als onmogelijk, reken maar eens uit bijvoorbeeld op een podium: 6m kabel van gitaar tot pedalboard, 10 pedaaltjes met telkens 20cm kabel, 6m kabel van pedalboard tot aan je amp … 14 meter? Maar OK er zijn kabels en kabels … daar zal ik wel eens een ander artikel aan wijden!